Calcium maakt botweefsel aan om onze botmassa op peil te houden. Daarnaast heeft ons lichaam het nodig om de spieren goed te laten functioneren en om prikkels naar onze zenuwen te geleiden. Calcium is ook noodzakelijk voor de bloedstolling, celgroei, hormoonstofwisseling en de energievoorziening van onze cellen. Om het goed te kunnen opnemen, heeft ons lichaam bovendien voldoende vitamine D nodig.

Een te lage hoeveelheid calcium in het lichaam noemen we hypocalciëmie en kan leiden tot botontkalking. Wanneer de calcium wel aanwezig is, maar niet of onvoldoende opgenomen wordt door een gebrek aan vitamine D, kan beenverweking of osteomalacie voorkomen. Een chronisch calciumtekort verzwakt uiteindelijk de botten in je lichaam waardoor je sneller iets zal breken.

De eerste klachten

Wie een licht tekort aan calcium heeft, ervaart zelden concrete klachten. Je kan het wel vermoeden als je merkt dat je haren en nagels brozer en dunner worden. Daarbij is calcium ook verantwoordelijk voor de sterkte en groeisnelheid.

Pas bij een ernstig tekort doen de opvallende symptomen zich voor. Je krijgt dan voornamelijk last van spierkrampen, hartritmestoornissen en strottenhoofdkramp, waardoor je moeilijker kan ademen. Kortademigheid, pijn in de borststreek en het hevige bonzen van je hart kunnen wijzen op een calciumtekort.

Ook trillingen van de spieren en een verdoofd gevoel in de mond, vingers en tenen behoren tot de symptomen van een gebrek aan calcium. Het mineraal is namelijk nodig voor een goede overdracht van signalen naar de zenuwuiteinden in je handen en voeten.

 

De oorzaken van calciumtekort

Er kunnen verschillende oorzaken aan de basis liggen van een calciumtekort. Wanneer de bijschildklier of de nieren niet goed werken bijvoorbeeld, maar ook het innemen van bepaalde geneesmiddelen of zware infecties en ziektes kunnen de boosdoener zijn. Die oorzaken komen echter minder vaak voor. Meestal is het calciumtekort te wijten aan een tekort aan vitamine D door ondervoeding, een gebrek aan zonlicht of een leverziekte.

 

Hoe houd ik mijn calciumgehalte op peil?

De hoeveelheid die je lichaam nodig heeft, hangt onder meer af van je leeftijd en geslacht. Volwassenen tussen de 19 en 50 jaar hebben gemiddeld 950 milligram calcium nodig per dag, wat overeenkomt met 4 tot 5 glazen melk. Bij jongeren tussen de 11 en 18 jaar ligt die hoeveelheid hoger doordat ze nog in volle groei zijn en de botten zich nog ontwikkelen. Voor tieners wordt daarom een hoeveelheid van 1.150 milligram per dag aanbevolen.

Je kan zelf zorgen voor de opname van calcium door bepaalde voedingsmiddelen op je menu te zetten. Zuivelproducten zoals melk, yoghurt en kaas zijn allemaal rijk aan calcium. Daarnaast vind je het mineraal ook in groene bladgroenten zoals spinazie, broccoli en boerenkool, maar ook in voedingsmiddelen zoals amandelen en heilbot. Zorg tot slot ook voor voldoende vitamine D door dagelijks naar buiten te gaan. Ons lichaam haalt namelijk vitamine D uit het zonlicht.

Je lichaam heeft dus zeker voldoende calcium nodig. Dat haal je uit de juiste voeding of extra voedingssupplementen. Verder is het belangrijk om te zorgen voor voldoende vitamine D door regelmatig in de buitenlucht en in de zon te komen.